Wat is de 4ST?

Een wetenschappelijk gevalideerde test die inzicht geeft in de motorische ontwikkeling van kinderen, ontwikkeld door Wim van Gelder en Hans Stroes (Alles in Beweging) gedurende meer dan 30 jaar.


Doel van de 4ST

  • De professional, zoals (vak-)leerkracht, fysiotherapeut, sporttrainer en andere beweegspecialisten van informatie voorzien over de motorische ontwikkeling van kinderen
  • Op basis van de inzichten gericht sturen en keuzes maken in het aanbod voor het kind en/of de groep
  • Beter aansluiten bij het deelnameniveau van kinderen in het bewegingsonderwijs
  • Kwetsbare kinderen vroegtijdig signaleren
  • Talentvolle kinderen vroegtijdig signaleren
  • Een onderbouwde basis bieden voor een effectieve aanpak of interventie

De kracht van de 4ST ligt, naast de wetenschappelijke onderbouwing, in de eenvoud en snelheid van uitvoering. De testonderdelen zijn laagdrempelig in te zetten, voor zowel het kind als de professional en zijn overal af te nemen. Je kunt direct je onderwijsaanbod verbeteren.


De meeste kinderen ervaren de 4ST als leuke beweegonderdelen om te laten wat ze kunnen.



De 4 vaardigheden

De 4ST brengt de drie domeinen van motoriek afzonderlijk in kaart:


LocomotieObjectmanipulatieBalans
Voortbewegen en dynamische bewegingspatronenOog-hand/lichaam coördinatie met een voorwerpZowel statisch (stilstaan) als dynamisch (in beweging)


Doordat elk domein afzonderlijk gemeten wordt, kun je gerichte conclusies trekken over de bewegingsontwikkeling van een een kind, op dat specifieke domein. De hinkeltest (Springen - Kracht) heeft de grootste voorspellende waarde over de motorische ontwikkeling. Met de hinkeltest signaleer je al 70% (7 van 10) van de kinderen die zorg nodig hebben. Door vervolgens de overige testonderdelen in te zetten, kun je het signaleringspercentage naar eigen inzicht vergroten.


TestonderdeelMotorisch domeinSignaleringspercentage
Springen-KrachtLocomotie / Balans (dynamisch)
70%
StuitenLocomotie / Objectmanipulatie
80%
StilstaanBalans (statisch)
90%
Springen-CoördinatieLocomotie / Balans (dynamisch)
100%


In de praktijk: Vakleerkracht Hans met een groep van 26 kinderen heeft tijdens de les bewegingsonderwijs de Hinkeltest (Springen – Kracht) afgenomen. In twee vakken spelen de kinderen zelfstandig en in het derde (test)vak wordt een overloopspel gedaan, waarbij de kinderen op de terugweg de hinkeltest doen. Binnen 1 les is er van alle kinderen een score. In een vervolgles kan eventueel het onderdeel Stuiten worden afgenomen, bij opvallende kinderen. Hans gebruikt de scores om groepen op motorische vaardigheid in te delen.


Inzichten en normering

Het resultaat van elk testonderdeel wordt uitgedrukt in maanden voorsprong of achterstand én in een stoplichtwaarde (groen – oranje – rood).


Leeftijdsniveau

De score wordt per testonderdeel afgezet tegen de leeftijdsnorm. Deze norm is gebaseerd op het niveau dat 80% van de kinderen op een bepaalde leeftijd haalt. Anders gezegd: 80% van de 7-jarigen behaalt het niveau dat je van een 7-jarige mag verwachten.


Stoplichtmodel

Naast de score in maanden krijgt elk testonderdeel en het totaalresultaat ook een stoplichtscore. Die geeft in één oogopslag aan op wel gebied het kind aandacht nodig heeft.


● Groen

Geen zorg, ontwikkeling op schema

● Oranje

Aandacht aanbevolen, monitor de ontwikkeling

● Rood

Verhoogd zorgniveau, actie gewenst

Relatie met de leerlijnen

De 4ST sluit aan op de leerlijnen zoals die in het Nederlandse bewegingsonderwijs worden gebruikt.

Lees meer hierover in het artikel: Koppeling met de leerlijnen bewegingsonderwijs

Was dit artikel nuttig?

Dat is fantastisch!

Hartelijk dank voor uw beoordeling

Sorry dat we u niet konden helpen

Hartelijk dank voor uw beoordeling

Laat ons weten hoe we dit artikel kunnen verbeteren!

Selecteer tenminste een van de redenen
CAPTCHA-verificatie is vereist.

Feedback verzonden

We stellen uw moeite op prijs en zullen proberen het artikel te verbeteren