Een wetenschappelijk gevalideerde test die inzicht geeft in de motorische ontwikkeling van kinderen, ontwikkeld door Wim van Gelder en Hans Stroes (Alles in Beweging) gedurende meer dan 30 jaar.
Doel van de 4ST
- De bewegingsontwikkeling van kinderen monitoren en gericht sturen
- Het deelnameniveau van kinderen in het bewegingsonderwijs voorspellen
- Kwetsbare kinderen vroegtijdig signaleren
- Talentvolle kinderen vroegtijdig signaleren
- Een onderbouwde basis bieden voor een effectieve aanpak of interventie
De kracht van de 4ST ligt, naast de wetenschappelijke onderbouwing, in de eenvoud en snelheid van uitvoering. De testonderdelen zijn gewoon af te nemen tijdens een reguliere gymles.
De 4 vaardigheden
De 4ST brengt de drie domeinen van motoriek afzonderlijk in kaart:
| Locomotie | Objectmanipulatie | Balans |
| Voortbewegen en dynamische bewegingspatronen | Oog-hand/lichaam coördinatie met een voorwerp | Zowel statisch (stilstaan) als dynamisch (in beweging) |
Doordat elk domein afzonderlijk gemeten wordt, kun je gerichte conclusies trekken over de specifieke sterke en zwakke punten van een kind. De testonderdelen zijn niet gelijkwaardig in signaleringskracht. Ze vormen een oplopende trap: elk volgend onderdeel brengt een groter deel van de kinderen met een achterstand in beeld.
Hieronder zie je een overzicht van de testonderdelen en het percentage kinderen met een motorische achterstand dat door elk onderdeel wordt gesignaleerd. Door onderdelen te combineren, krijg je een steeds volledigere beeld.
| Testonderdeel | Motorisch domein | Signaleringspercentage |
| Springen-Kracht | Locomotie / Balans (dynamisch) | |
| Stuiten | Locomotie / Objectmanipulatie | |
| Stilstaan | Balans (statisch) | |
| Springen-Coördinatie | Locomotie / Balans (dynamisch) |
In de praktijk: Begin met de Hinkeltest (Springen – Kracht). Dit onderdeel geeft snel een eerste indruk van de motorische vaardigheid en is in 1 à 2 minuten per kind af te nemen — zonder extra materialen. Test daarna door op de onderdelen die op basis van de bovenstaande volgorde extra aandacht vragen.
Inzichten en normering
Het resultaat van elk testonderdeel wordt uitgedrukt in maanden voorsprong of achterstand én in een stoplichtwaarde (groen – oranje – rood).
Voorsprong en achterstand
De voorsprong of achterstand wordt afgezet tegen de leeftijdsnorm. Die is gebaseerd op het niveau dat 80% van de kinderen op een bepaalde leeftijd haalt. Anders gezegd: 80% van de 7-jarigen behaalt het niveau dat je van een 7-jarige mag verwachten.
Stoplichtmodel
Naast de score in maanden krijgt elk testonderdeel en het totaalresultaat ook een stoplichtscore. Die geeft in één oogopslag aan op wel gebied het kind aandacht nodig heeft.
● Groen
Geen zorg, ontwikkeling op schema
● Oranje
Aandacht aanbevolen, monitor de ontwikkeling
● Rood
Verhoogd zorgniveau, actie gewenst
Was dit artikel nuttig?
Dat is fantastisch!
Hartelijk dank voor uw beoordeling
Sorry dat we u niet konden helpen
Hartelijk dank voor uw beoordeling
Feedback verzonden
We stellen uw moeite op prijs en zullen proberen het artikel te verbeteren